
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Artikel 102
1
Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het schriftelijke verzoek van de betrokkene om in de gevallen, bedoeld in de artikelen 98, 99, tweede lid, of 100, geen gegevens die opgenomen zijn op zijn persoonslijst of hem betreffende verwijsgegevens en daarmee in verband staande administratieve gegevens, aan derden te verstrekken, binnen vier weken gevolg en doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de geldende regels ter zake. Indien het verzoek bij gelegenheid van een aangifte van verblijf en adres wordt gedaan, wordt aan dat verzoek op het moment van de inschrijving gevolg gegeven.
2
In afwijking van het eerste lid worden omtrent de verzoeker in de gevallen, bedoeld in artikel 98, gegevens verstrekt, indien de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
3
Het college van burgemeester en wethouders maakt de beschikking om krachtens artikel 98 in afwijking van het eerste lid gegevens te verstrekken, terstond bekend aan de betrokkene. Het geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen een bij die beschikking gestelde termijn.
4
Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
5
Het college van burgemeester en wethouders neemt passende maatregelen om ten minste eens per jaar aan de ingezetenen het recht, bedoeld in het eerste lid, bekend te maken. De bekendmaking vindt plaats via één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.